De kaars I

Ik ben niet bang voor de dood, al vindt mijn moeder dat ik dat wel zou moeten zijn. De dood is iets dat je kan bezweren. Dat weet ze zeker. De altijd brandende kaars op het aanrecht is daar het bewijs van. Zolang die brandt zal de dood niet arriveren. Het werkt want we leven nog.
Mijn moeder wijst ons daar iedere dag op. Wanneer de kaars tot de helft is opgebrand graait ze een nieuwe uit de volgestopte lade in de buffetkast. “Beter safe than sorry.” zegt mijn vader dan terwijl hij traag langs sloft op zijn pantoffels. Zijn hoofd licht gebogen. Zijn ogen naar de grond gericht.
Mijn tante heeft eens gezegd dat mijn moeder niet zo achterlijk moet doen. Dat vond ik erg knap van mijn tante. Om dat zomaar te zeggen tegen iemand als mijn moeder. Ze keek verwilderd op. “Ben ik soms een slechte echtgenoot? Ben ik soms een slechte moeder omdat ik mijn zoon en mijn man probeer te beschermen in dit voorportaal van de dood?” sneerde ze. Mijn tante haalde haar schouders op een ongeïnteresseerde manier op. Zij durft dat wel te doen. Ik zou dat niet in mijn hoofd halen.
De Noordzee garnaal wordt geboren als mannetje en wordt pas later een vrouwtje. Toen ik dat aan mijn klasgenoten vertelde geloofde niemand mij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s