De writer’s block

Ooit zette ik mijn ene voet voor de ander en ben gaan lopen. Over die godvergeten grond die ook elders maar bleef opduiken. Terwijl mijn gedachten kraken en mijn voeten (in het begin nog) monter volgen.
Wanneer niks meer weerklinkt dan moeten die voeten het alleen doen. Dat is niet zo eerlijk van mij maar ik geloof dat ik nu stil ben gaan staan. Omdat een mens nu eenmaal niet steeds in beweging kan zijn. Mijn voeten hebben dat nog niet altijd begrepen. Met regelmaat moet ik ze streng toespreken, in bedwang houden, dat ook. Mijn ogen mogen het nu overnemen. Ik ben ergens gearriveerd en nu moeten ze kijken.
Ik zie van alles. Maar geen verhalen. Wanneer zelfs de verhalen me in de steek laten dan zijn daar altijd nog de boeken. Mijn boekenkast staat er vol mee en wankelt onder het gewicht. Boeken waarin het schuurt het liefst. Waar mensen langzaam en pijnlijk sterven maar niet dood gaan. Waar monologen in dienst staan van de vergankelijkheid. Bundels. Korte verhalen. Gedichten. Ik vul mijn hoofd met andermans verhalen en troost mezelf.
Één van mijn vrienden zegt dat kunstenaars moeten lijden om briljant te kunnen zijn. Het liefst in de liefde. Ik weet niet of ik briljant wil zijn, maar dat zeg ik hem maar niet. De liefde als superlatief. Eentje die ik heus zal vinden. Als ik dat wil. En dan het liefs via het internet, zoals een normaal mens.
Ik lees ze. Die datingprofielen. Zoveel dat het duizelt. Kleine verhalen die me toelachen op een foto van zomersproeten in de winter. Personages gevangen in omschrijvingen die niet zouden misstaan in een roman. Ik date met een stille fluistering die vraagt of ik hem kan liefhebben. Ik date een krakersmeisje met een feeërieke verschijning die me een vieze nis induwt en haar lippen op de mijne drukt. Ik date een schrijfster die vele malen beter kan kijken dan ik, en dat ook doet. Ik date excuses om niet mijn bed uit te hoeven komen. Ik date tot zelfs mijn voeten zeggen dat ik om moet keren. Terug door de sneeuw die met een intense klank de takken van de spar boven me doet breken, en omlaag laat storten alsof het de hoop betreft. De stilte die is ontstaan klinkt als de diepe ruis op een leeg cassettebandje. De sneeuw, die verdomde sneeuw, is nog steeds niks meer dan bevroren water.
Er zijn nog altijd geen woorden, geen synoniemen, laat staan zinnen. Als de wereld me geen verhalen verteld, dan is dat toch wel het allerergste. Stilstaan moet ik. Stoppen met lopen. Echt. Nu. Of straks. Misschien. Stoppen. Hoe moeilijk kan dat zijn? Alleen wanneer je stilstaat en kijkt, kan je vinden wat je zoekt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s