Het blik

De nomade in mij is beteugeld. Het bewijs is te vinden in blik. Een blik voor de havermout. Een blik voor de koffie. Een blik voor de hagelslag. Een blik voor het kattenvoer. Zo’n mens ben ik dus geworden. De minimalist in mij bevecht die blikken nog. Daarom heb ik geen salontafel. Geen teevee. Geen nachtkastje. En geen koffiezetapparaat. Spullen zijn overbodig. Daarin spannen de nomade en de minimalist gretig samen.
“Je hebt een raar huis.” zegt het buurjongetje. Ik kijk verbaasd rond. Alsof ik voor de eerste keer mijn eigen huis bekijk. Dat lukt niet zomaar. Daarvoor moet je eerst op vakantie, en dan thuiskomen. Alleen na een vakantie kun je je interieur door de ogen van een bezoeker zien. Ruiken hoe je ruikt.
De buurjongen wil ook nog weten waar mijn teevee is. Een teevee heb ik niet. Ik heb wel een houten houder aan de muur. Met koffiefilters. Daar heeft een vijfjarige vrij weinig aan vermoed ik. Tenzij ik popcorn in die filters doe. Dat zou mijn imago tijdelijk wel vooruit helpen. Als nomade heb ik stilstaan grote tijd veracht. Leren wil ik. Zien ook. Op één plek blijven is voor mensen als mijn ouders. Mijn ouders wil ik toch heus niet worden. En dus beweeg ik. Constant. Zo constant dat vrienden me ongedurig gaan noemen. Wispelturig. Onrustig zelfs.
“Je kat is ook raar.” Ik kijk omlaag naar mijn kat. Hij staat met een smekende hoge rug tegen de voet van de kerstboom aan. Zijn staart kwispelt heen en weer. Alsof die kerstboom hem misschien wel wil aaien. Wat ik een stuk opmerkelijker vind is dat ik nu dus ook een mens met een kerstboom ben. Met ballen en alles. Voorwerpen die een nomadisch leven maar traag vooruit helpen.
Ik glimlach. Mijn volgeschreven dagboeken staan niet langer in de kast. Zij hoeven niets meer te funderen. Hoeven me nergens meer aan te herinneren. Geestdriftige documentatie is er niet meer bij. Ik geloof dat ik dat nu steeds meer begin te snappen. Met snappen begint het meeste wel. Al snap ik nu ook dat op snappen een doen moet volgen. Doen is wat me werkelijk bevrijd heeft. Van die nachten op het station. Dat de trein niet reed en de volgende stad nog zo ver leek. Van die tas vol met spullen die altijd te zwaar voelde gelijk mijn hoofd. Terwijl alles relevant leek, en dat natuurlijk niet was. Nu ben ik iemand met een kerstboom. Op een plek waar ik niet naakt ben maar gelukkig.
“Kom.” zeg ik. “Laten we popcorn maken. Ik heb nog wel een blikje.”

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s