De verjaardagskaars

Hoewel ik van mensen een bepaalde mate van complexiteit verwacht, geldt dit niet voor mijn interieur. Wat ik bezit moet vooral functioneel zijn. Het liefst kleeft er een pathetisch verhaal aan mijn spullen. Ik woon in een kleverige inrichting vol weemoed en kringloop, met hier en daar een afzichtelijke kitscherige toevoeging.
De minimalist in mij wordt door mijn moeder nogal op de proef gesteld. Mijn moeder leeft voor prullaria. Voor haar is er niks zo enerverend dan door een willekeurige Xenos lopen, om daar vervolgens iets te kopen dat beplakt is met schelpen. Laat me je verzekeren dat mijn moeder niets in een impuls aanschaft. Neen. Daarin gaat ze overwegend zorgvuldig te werk. Dit doet ze als een ware interieurfluisteraar. Vanaf haar bank met sierkussentjes, een bijpassend plaid zorgvuldig over de bankleuning gedrapeerd, kijkt ze geconcentreerd rond. Alsof ze een belangrijk dialoog met haar spullen voert. Wanneer ze precies weet wat ze nodig heeft verlaat ze monter het huis opzoek naar een frutje met specifieke afmetingen, in een specifieke kleur. Ze zoekt er ook altijd een krasje op zodat ze bij de kassa schaamteloos kan afdingen. Zit er geen krasje op, dan maakt ze er een krasje op.
Toch lijd ook ik geregeld onder een vreemde vorm van consumptiedrang. Zo kan ik de verleiding niet weerstaan om kinderpostzegels te kopen bij een schattig jongetje met chocopasta op zijn wangen. Zelfs wanneer ik die postzegels niet nodig heb zwicht ik. Nog erger zijn de oma’s die namens een kerk zelfgemaakte dingen verkopen voor de zielige kinderen in Roemenië. Dan lukt het me niet om onverschillig voorbij te lopen. Zo werd ik jaren geleden de eigenares van een verschrikkelijk lelijke kaars. De blauwe kleur van het kaarsvet was bij het overhandigen van mijn kleingeld al terminaal. Het leek zuchtend akkoord te gaan onder de invasie van het wit, dat als een opmerkelijke huidziekte de weg langs het ding leek te vinden. Dat er op zijn brokkelige buik een ‘van harte’ sticker zat geplakt maakte hem nog aandoenlijker. Het cellofaan, waarin het onzorgvuldig maar wel met franje, was ingepakt, maakte het al snel een te koesteren object.
De verjaardagskaars, zoals de Roemenië-oma-kaars in mijn huishouden inmiddels wordt genoemd, ligt al jaren onaangeroerd in mijn rommellade. Hoewel: een deel van de tijd. Zijn lont is nooit aangestoken, zijn kaarsvet nooit gesmolten. Het cellofaan nog altijd amateuristisch om zijn verbleekte kleur. Het ligt daar in het donker te liggen en weet: ik ben een begeerd object.
Af en toe gaat de lade open. Dan wikkel ik hem in vrolijk inpakpapier en geef hem cadeau aan één van mijn liefste vriendinnen. Het is een onbenoemde regel dat zij de kaars bewaard, koestert zelfs, tot onze andere liefste vriendin jarig is en zij de trofee van onze vriendschap in ontvangst mag nemen.
In tientallen jaren zusterlijke vriendschap is de verjaardagskaars ontelbaar vaak uitgewisseld in deze genegenheidsdriehoek. Vriendschap bestaat immers bij de gratie van tradities. We hebben er meer, maar deze houdt de boel toch wel bij elkaar.
Een coup op de vriendschap is makkelijk gepleegd. Men heeft enkel een lucifer nodig, en een beetje moed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s